Fosite - (Helgoland)

Geplaatst op zaterdag 10 november 2007 @ 11:58 , 623 keer bekeken

Fosite - (Helgoland)
 Door Joris Magusanus

 Forseti, Balders groote zoon

Hoorde mijn eed,

Geef mij rechtvaard'gen dood ter loon

Als 'k hem vergeet

(Viking-verhalen van het Noorden, R.B. Anderson,aangehaald in H.A. Guerber)

Inleiding
De god Fosite vormt de Friese inbreng in het pantheon van de Azen. Helaas is ook deze god na de kerstening in de vergetelheid geraakt. In dit artikel zal gepoogd worden de belangrijkste wetenswaardigheden over hem op een rij te zetten.

Karakter
Fosite (ook wel Forsite) is van oorsprong een Friese god, en wordt gelijkgesteld aan de Noorse god Forseti. Beide namen betekenen zeer waarschijnlijk zoveel als "voorzitter".1 Volgens Snorri Sturluson is hij de zoon van de god Balder en Nanna. In navolging van zijn vader is Fosite in de Noordse bronnen een god van gerechtigheid die in een stralende hal verbleef, en samen met zijn vader en Heimdal wordt hij omschreven als een lichte, stralende god.2 Toen de goden vernamen dat hij in Asgaard was, maakten ze hem de rechter in hun vergaderzaal, en mocht hij verblijven in de zaal Glitnir. In Glitnir luisterde Forseti naar de geschillen van de goden en de mensen, om daarna een oordeel uit te spreken. Zijn oordelen waren zo wijs en rechtvaardig dat alle partijen altijd vrede kon hebben met zijn uitspraken Fosite is de mythische voorzitter van het ding/thing (een vergadering van vrije mannen die recht mag spreken en wetten op mag stellen. Het breken van een belofte aan Fosite moest men met de dood bekopen.3

 

Forseti (Nick Beale, 1995)

 

Fosites trek naar het noorden
Fositesland, het huidige Helgoland, wordt beschouwd als het centrum van de cultus van Fosite. Gezien de centrale ligging van Fositesland is het aannemelijk dat Fosite bij zowel de Friezen, Saksen als Noormannen bekend was.4 Het is bekend dat de Friezen al vroeg culturele- en handelsbetrekkingen met Scandinavië hadden, en het lijkt er op dat Fosite in hun kielzog met hen is meegevaren naar het noorden. De oprukkende cultus van Forseti wordt samen met die van Balder als onderdeel van een Frankisch-Friesche cultuuropleving van rond 700 beschouwd, die beide goden naar Scandinavië bracht.5 In de buurt van Oslo lag het eiland Forsetlund (het latere Onsøy) dat nog aan zijn naam herinnerde. Tot op de dag van vandaag gebruikt men het in het IJslands het woord "forseti" om een voorzitter en de premier aan te duiden.6 Het is opvallend dat de twee plaatsen die naar de zoon van Balder genoemd lijken te zijn, beide eilanden zijn. Van Balder is bekend dat hij van eilanden houdt, en daarom beschouwt men de eilanden waar zijn zoon vereerd wordt als aanwijzingen voor de omvang van de cultus van zijn vader.7

 Fosite zelf wordt in de Edda slechts een keer genoemd:

Glitterglans (=Glitnir) is de tiende [zaal], waar op zuilen van goud

Het dak van zilver rust.

Daar woont Forseti geregeld,

Hij schikt er alle geschillen.

(Grímnismál 15, Edda, vertaald door Otten)

Deze strofe wijkt wat betreft vorm af van de rest van Grímnismál, wat er op duiden kan dat hij later is toegevoegd.8 Buiten deze strofen zijn er drie andere bronnen waarin Fosite vermeld wordt: Alcuin's biografie van het leven van Willibrord, Altfrids biografie van het leven van Liudger, en de overlevering van het Rijpster Licht.

Willibrord en Liudger
Alcuin schrijft in zijn biografie van de welbekende missionaris Willibrord dat die tijdens een van zijn baldadige missioneringsuitstapjes in het Friese gebied op het eiland Fositesland, tussen Friesland en Denemarken, verzeild raakte. Volgens Alcuin trof Willibrord er heiligdommen voor de god Fosite aan en er graasde er heilig vee. De plaats was van uitzonderlijk grote betekenis voor de heidenen, en men raakte er niets aan, behalve het water uit de bron. Dit water mocht alleen onder stilzwijgen gedronken worden. Na een paar dagen slachtte Willibrord het vee en doopte drie mensen in de bron. De bewoners van Fositesland geloofden dat het eiland zonder menselijke hulp zijn heiligheid kon handhaven; ze dachten dat deze heiligschenners hun verstand zouden verliezen of een plotselinge dood zouden sterven.9 Niettemin doodde de heidense Friese koning Radboud een van Willibrords gezellen als straf voor de heiligschennis.


In zijn biografie over het leven van de heilige Liudger beschrijft Altfrid hoe die het missioneringskarwei van Willibrord in het jaar 785 afmaakt. Hij vernietigt de laatste heiligdommen van Fosite, en vanaf dat moment aan stond het eiland bekend onder zijn huidige naam; Helgoland (="heilig land"). De christenen zorgden ervoor dat de heiligheid die de plaats kenmerkte niet verloren ging, omdat ze het wilden gebruiken voor de verering van hun eigen god.10

 

Het Rijpster licht
Het Rijpster Licht is een variant van een aantal vergelijkbare verhalen waarin men Fosite denkt terug te kunnen zien. De overlevering van het "Rijpster licht" gaat over een lichtverschijnsel in de haven Zeerijp in het Oost-Groningse Fivelgo. Het verhaal gaat over twaalf mannen op een schip dat stuurloos raakte door een storm toen ze weigerden de nieuwe wetten van Karel de Grote op te schrijven. Toen ze inzagen dat de nieuwe -christelijke- leer beter was dan de oude, werden ze gered door "de dertiende", die aan boord kwam en zijn bijl als roer gebruikte om het schip weer aan land te brengen. Met deze "dertiende" wordt Jezus bedoeld. Het "Rijpster licht" was een lichtverschijnsel dat ontstond op de plek waar de mannen aan land kwamen. Het is verdwenen toen de haven is verzand.11 We hebben hier te maken met een gekerstend verhaal, dat eigenlijk heidens is. Volgens het oorspronkelijke verhaal waren de twaalf mannen rechters, die naar de gerechtsplaats voeren maar onderweg hun roer verloren. De "dertiende" is in werkelijkheid niet Jezus, maar Fosite. Hij bracht ze met behulp van zijn bijl als roer aan wal bij Fositesland, het huidige Helgoland. Op Helgoland stichtte hij een bron door zijn bijl in de grond te staan. Er zijn twee redenen om aan te nemen dat het hier om de Germaanse god en niet om Jezus gaat. Ten eerste komt het motief van de dertiende god ook voor bij de heidense Kelten en Grieken, en ten tweede past de bijl die als roer wordt gebruikt veel meer bij een heidense god dan bij Jezus.12

 

Ameland
Door latere geschiedschrijvers is Fosite veranderd in een godin, die namen kreeg als Foseta, Phoseta en Vesta in een poging hem gelijk te stellen aan de Romeinse godin Vesta. Deze verbasteringen van Fosite zijn terug te vinden in meerdere geschiedvervalsingen, waarin tempels ter ere van Foste ten onrechte worden vermeld.13 De naam Foste duikt op in de naam van een klooster, Foswert, dat gelegen lag in de buurt van het Friese plaatsje Ferwerd. Het klooster zou volgens een 16e eeuwse kroniek echter op Ameland gebouwd zijn in het jaar 866 en in 1066 naar het vasteland zijn verplaatst, waar het in 1580 is afgebroken.14 Volgens dezelfde kroniek bevond zich op de plaats waar het klooster op Ameland stond oorspronkelijk een Foste-tempel. Er zijn op Ameland echter geen overblijfselen ontdekt van het klooster of tempel, en dit doet op het eerste gezicht vermoeden dat de kroniek tot een van de eergenoemde geschiedvervalsingen behoord. Toch zijn er enkele interessante indirecte aanwijzingen die er op kunnen duiden dat de kroniek een kern van waarheid bevat. In het plaatsje Nes op Ameland liggen fundamenten van een kerk. De kerk van Nes en het klooster Foswert bij Ferwerd hadden beide Johannes de Doper als patroon, en het klooster Foswert bij Ferwerd had landerijen op Ameland.15 Bij onderzoek naar de fundamenten van de kerk in Nes bleek dat deze vóór 1100 gebouwd is, en dus op een ouder heiligdom neergezet zou kunnen zijn. Bovendien ligt in de buurt van deze fundamenten de zogenaamde Willibrordsdobbe, een bron die in de overleveringen verbonden was aan Redbad en doet denken op die op Helgoland.16 Deze indirecte gegevens geven evenwel geen sluitend antwoord op de vraag of Fosite werd vereerd op Ameland.

Besluit
De hoogtijdagen van de reizende Friese rechtergod die het tot Asgaard schopte mogen voorbij zijn, maar hij blijft een uitermate interessante persoonlijkheid in de Germaanse godenwereld. Hopelijk mag hij zich in de toekomst weer verheugen op een hernieuwde belangstelling, en draagt dit artikel er aan bij.

Verwijzingen

1 Vries, J. de, Altgermanische religionsgeschichte, 1970, Berlijn: Walter de Gruyter & co.

2 Peterich, E., Götter und Helden der Germanen, 1963, München: Deutsche Taschenbuch Verlag GmbH & Co. KG.

3 Guerber, H.A., Noorsche mythen uit de edda's en de dagen, z.j., Zutphen: W.J. Thieme & Cie.

4 Grimm, J., Deutsche Mythologie, 1835

 5 Vries, J. de, Altgermanische religionsgeschichte, 1970, Berlijn: Walter de Gruyter & co.

 6 Vermeyden, P., & Quak, A.,       Van Aegir tot Ymir, 2000, Nijmegen: Sun.

 7 Grimm, J., Deutsche Mythologie, 1835

8 Vries, J. de, Altgermanische religionsgeschichte, 1970, Berlijn: Walter de Gruyter & co.

 9 Grønbech, W., Kultur und Religion der Germanen, 1976, Darmstadt: Wissenschaftliche Buchgesellschaft.

 10 Grimm, J., Deutsche Mythologie,

11 Laan, K. ter, Folkloristisch woordenboek van Nederland en Vlaams België, 1949, Den Haag: G.B. van Goor zonen's uitgeversmij N.V.

12 Vries, J. de, Altgermanische religionsgeschichte, 1970, Berlijn: Walter de Gruyter & co.

13 Grimm, J., Deutsche Mythologie, 1835

14 Scharl, O. van, Cronyk en Waaragtige beschrijvinge van Friesland.

15 Halbertsma, H., Frieslands Oudheid, 2000, Utrecht: Matrijs

16 Ibidem

Gebruikte literatuur
Grimm, J.                    Deutsche mythologie, 1835.
Grønbech, W.,             Kultur und Religion der Germanen, 1976, Darmstadt: Wissenschaftliche Buchgesellschaft.
Guerber, H.A.,            Noorsche mythen uit de edda's en de dagen, z.j., Zutphen: W.J. Thieme & Cie.
Halbertsma, H.            Frieslands oudheid, Martrijs, Utrecht, 2000
Laan, K. ter,                Folkloristisch woordenboek van Nederland en Vlaams België, 1949, Den Haag: G.B. van Goor zonen's uitgeversmij N.V.
Otten, M.                      Edda, 2000, Amsterdam: Ambo.
Peterich, E.,                  Götter und Helden der Germanen, 1963, München: Deutsche Taschenbuch Verlag GmbH & Co. KG.
Schalk, O. van,                        Cronyk en Waaragtige beschrijvinge van Friesland.
Vermeyden, P., & Quak, A.,            Van Aegir tot Ymir, 2000, Nijmegen: Sun.
Vries, J. de,                                      Altgermanische religionsgeschichte, 1970, Berlijn: Walter de Gruyter & co.

Primaire bronnen
Alcuin,                        Vita Willibrordi
Altfrid,                 Vita Sancti Liudgeri           
Sturluson, S.          Snorra Edda

 


Welkom bij Clubs!

Kijk gerust verder op deze club en doe mee.

Wat is dit?


Of maak zelf een Clubs account aan: